On the way to PlanetProof geeft bedrijfsspecifieke normen voor uitstoot van broeikasgasemissie, waar telers onder moeten blijven. Omdat deze normen niet openbaar zijn, kunnen we niet inschatten hoe ambitieus ze zijn. Alle gebruikte elektriciteit moet duurzaam opwekt zijn in Europa. Er is aandacht voor biodiversiteit, onder andere door het tegengaan van lichtvervuiling. En natuurlijke landschapselementen moeten worden behouden of anders snel hersteld. Als er turf in gebruikte groeimedia zoals potgrond zit, moet dit voldoen aan de eisen van Responsibly Produced Peat.
Er moet gewerkt worden met geïntegreerde plaagbestrijding, waarbij eerst niet-chemische plaagbestrijding wordt toegepast, voordat chemische bestrijdingsmiddelen worden ingezet. Er is een lijst van verboden bestrijdingsmiddelen. Verder is er een lijst met middelen die schadelijk kunnen zijn voor nuttige insecten, waarvan gebruik ontmoedigd wordt. De telers krijgen strafpunten als ze die gebruiken, en strafpunten moeten ze compenseren. Dat kan met extra maatregelen voor biodiversiteit, bodemkwaliteit en/of plaagbestrijding. Er moet een bemestingsplan gemaakt zijn en gebruik van meststoffen moet onderbouwd zijn. De eisen aan watergebruik zijn afhankelijk van het risico op waterschaarste op de teeltlocatie. Water moet uit ten minste één duurzame bron komen (zoals opgevangen regenwater, afvalwater van bijv. industrie of ontzilt zeewater).