GGN Certified Farming is een keurmerk voor gekweekte vis, schaal- en schelpdieren en zeewier, maar ook voor groente, fruit, bloemen en planten. Deze beoordeling gaat over kweekvis. Het keurmerk zet sterk in op traceerbaarheid en voedselveiligheid van de producten in de hele keten. Voor de bepaling van het ambitieniveau op het gebied van duurzaamheid keken we naar de algemene eisen die gelden voor alle soorten vis, en ook naar specifieke eisen voor kweekzalm. Alle ketenpartijen moeten gecertificeerd zijn.
GGN Certified Farming

Laatste screening: juni 2025
Thema's
Kwekers moeten hun energiegebruik bijhouden en een plan maken om efficiënter met energie om te gaan en steeds minder niet-hernieuwbare energie te gebruiken. Er zijn geen specifieke andere eisen om de klimaatimpact te verminderen. Om natuurlijke ecosystemen te beschermen mag een kweekfaciliteit niet in beschermd gebied gevestigd zijn. De kwekers moeten een impact- en risicoanalyse doen, en een strategie opstellen om negatieve effecten op de omgeving te beperken. De biodiversiteit van het bodemleven van het waterlichaam mag niet worden aangetast. Negatieve interactie met wilde dieren moet voorkomen worden, en deze mogen zeker niet worden gedood. Een protocol en noodplan moeten ontsnappingen uit de kweekfaciliteit voorkomen, en ook andersom: inheemse soorten mogen niet in het kweekbassin opduiken. Voer moet gecertificeerd zijn volgens de eigen voerstandaard, Deze beschrijft dat minimaal 75% van de mariene ingrediënten (zoals vismeel en visolie) voor visvoer gekocht moet worden van verantwoorde visserijen. Voor teelt van soja- en oliepalmbestanddelen mag geen land (bos of anderszins met hoge natuurwaarde) zijn omgezet naar landbouw. De jonge dieren die worden vetgemest, moeten komen uit een broedprogramma; ze mogen niet in het wild gevangen zijn. Afvalstoffen worden gemeten in het water om te voorkomen dat de kweekactiviteiten de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water niet negatief beïnvloeden. Ook het gebruik van zoet water mag geen risico opleveren voor lokale gemeenschappen en de natuurlijke biodiversiteit.
Gezondheid en welzijn worden volgens protocol gemonitord, zowel in de broederij als op de vetmestlocatie. De waterkwaliteit moet regelmatig getest worden. Vaccinatie en andere geneesmiddelen worden alleen gegeven volgens advies van een dierenarts. Antibiotica wordt niet preventief gegeven, en er mogen geen hormonen als groeibevorderaar gegeven worden. Dode vissen moeten weggehaald worden, en hun dood wordt geregistreerd. Er moet een plan zijn voor analyse van de sterftecijfers. Minimaal wekelijks moet controle op schade plaatsvinden, maar er is geen vaste frequentie waarmee een dierenarts de gezondheid van de dieren checkt. De bezettingsgraad mag geen negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van de dieren. Verder zijn er geen eisen voor de huisvesting.
Er moet een systeem zijn om gepaste hoeveelheden voer te verzekeren, op basis van de behoeftes. Ook moet een risicobepaling gedaan zijn voor welzijn, bijvoorbeeld ten aanzien van roofdieren en licht of geluid. Wanneer werknemers vissen moeten oppakken, mag er geen pijn, stress, schade of ziekte optreden. Er zijn door de dierenarts maximale perioden vastgelegd waarin de dieren bijeengedreven mogen worden, uit het water mogen zijn, op transport gaan en hoe lang ze vasten. Hetzelfde welzijnsbeleid geldt voor vissen die ook in de kweekfaciliteit zwemmen, maar die niet voor consumptie bedoeld zijn, zoals schoonmaakvissen.
Het slachthuis en/of de verwerker moet(en) feedback geven aan de kwekerij over externe en interne schade aan de vissen en over misvormingen. Er staat echter niet wat hiermee gedaan moet worden. Soortspecifieke slachtmethoden zijn vastgelegd. Hiervoor moeten vissen eerst effectief verdoofd worden.
Gecertificeerde kwekerijen moeten beleid hebben in lijn met de International Labour Organisation (ILO) Convention, tegen elke vorm van dwangarbeid, corruptie, lijfstraffen, discriminatie, intimidatie of mishandeling. Dit beleid moet actief naar werknemers worden gecommuniceerd, ook naar onderaannemers. Alle werknemers moeten het werk vrijwillig zijn aangegaan. Er mogen geen werknemers zijn die jonger zijn dan de minimumleeftijd voor werk, of die nog schoolplicht hebben. In familiebedrijven mogen alleen de eigen kinderen in dienst zijn. En het werk mag school niet belemmeren, en moet veilig en licht zijn. Er moet recht op vereniging zijn, en ook moeten rechten en plichten op dit vlak gecommuniceerd worden. Het klachtensysteem is op orde. Er is een risicoanalyse gedaan voor gezondheid en veiligheid, en er zijn maatregelen genomen om de risico’s te vermijden. Er worden gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen verschaft. Werknemers hebben ook toegang tot schoon sanitair en hebben altijd toegang tot drinkwater.
Alle werknemers moeten ten minste het nationale minimumloon of loon volgens de collectieve onderhandelingsovereenkomst krijgen. Het keurmerk spreekt hierbij niet over leefbaar loon of inkomen.
Het keurmerk stelt dat er duidelijke informatie gedeeld moet worden over het minimumloon, werktijden, pauzes, zwangerschaps- en ziekteverlof, en vakanties. Het tijdregistratiesysteem moet op orde zijn, voor normale en overuren. Ook pauzes, weekenden en vakantie moeten per werknemer worden geregistreerd. Alle overwerk moet plaatsvinden op vrijwillige basis en mag niet structureel gevraagd worden.
Het keurmerk stelt geen eisen aan verantwoordelijkheid nemen voor andere ketenstappen, bijvoorbeeld via langetermijncontracten. Wateronttrekking uit waterlichamen en vervuiling mag geen risico opleveren voor lokale gemeenschappen, maar verder zijn er geen specifieke eisen voor de omgang met en de bescherming van de lokale bevolking.
Meer informatie?
Er is nog veel meer te lezen over de milieubelasting van vis.